zondag 27 december 2015

Niet lullen maar doen!

Zondagochtend. Henk en ik zitten volgens ochtendritueel aan de koffie. Kranten en tijdschriften om ons heen, de honden spelen aan onze voeten.
“Henk, ik denk dat ik toch niet meega vanmiddag,” opper ik voorzichtig terwijl ik mijn meest vermoeide gezicht opzet.
“Hoezo niet?” klinkt het behoedzaam vanachter de krant tegenover mij. “Nou weet je, ik ben eigenlijk nog heel moe van de reis en daarbij is mijn stem ook niet in orde, moet je horen hoe hees ik ben!” Als bewijs kuch ik zwakjes. “Ik heb hartstikke veel slijm op mijn stem, zo kan ik toch niet zingen?”
“Nou, het valt reuze mee hoor, dat is vanmiddag wel weer in orde, je gaat maar mooi mee!” zegt Henk resoluut. “Jij wilt toch zangeres worden?”
“Ja.”
“Nou dan! Dan moet je ook zingen!” 


Henk heeft een optreden vanmiddag in een jazzclub in Clermont-Ferrand, dat staat al weken vast maar vorige week stelde hij spontaan voor dat ik ook een paar liedjes zou zingen.
Enthousiast stemde ik in: “Wat een goed idee!”
“We zullen jou eens in Clermont-Ferrand lanceren,” zei Henk gekscherend. “Ja, we zullen ze eens wat laten horen!” ging ik mee in zijn verbeelding terwijl ik moest gniffelen bij het idee.   
“Je moet het jezelf niet gelijk te moeilijk maken, je zingt gewoon twee of drie liedjes die je gemakkelijk afgaan, het moet leuk blijven!”
“Ja en ondertussen doe ik dan toch weer meer podiumervaring op!” vulde ik opgetogen aan.   
Yes, zingen in een Jazzclub, ik voelde me vereerd dat Henk het met me aandurft, dat hij blijkbaar genoeg vertrouwen heeft in mij als zangeres.
In gedachte zag ik mezelf daar al staan voor het onbekende ‘stadse’ publiek en ineens voelde ik een lichte huivering.
Meezingen met de band in de ‘grote stad’, is wel even wat anders is dan hier ‘à la campagne’ wat liedjes zingen tijdens de gemoedelijke zomerconcerten bij ons in de tuin.
“Ja, maar alleen als ik me goed voel hoor! Je weet ook dat ik nog twee optredens als waarzegster heb volgende week, wie weet is m’n stem te slecht of ben ik te moe,” voegde ik er voor de zekerheid aan toe.
 
Zingen is een ‘beladen onderwerp’ in mijn leven. Als jong meisje, begin jaren zeventig, was het mijn grootste wens om zangeres te worden. Aangemoedigd door kindsterretjes als Wilma en Heintje, leek mijn zangerescarrière binnen handbereik, zeker omdat Vader Abraham bij ons in de buurt, iets verderop in Breda woonde.
Op dat moment nog zonder gêne gaf ik in de huiskamer meezing voorstellingen, waarna m’n ouders me goedmoedig maar ook wat lacherig complimenteerden.
Ik kende de teksten uit m’n hoofd, ik zong net zo zuiver en zéker zo hoog als Wilma, dus ik was er klaar voor!
IJverig schreef ik Vader Abraham een brief waarin ik hem mijn grote wens voorlegde. Mijn moeder zou het adres opzoeken en de brief op de post doen.
Het gespannen wachten begon maar helaas liet het antwoord nogal op zich wachten.
Diep van binnen begon mijn zelfvertrouwen wat te wankelen; zou hij geen interesse hebben in mijn plan?   
Stilletjes bleef ik hopen en toen ik na een aantal weken m’n beklag deed bij mijn moeder, zei ze ferm met de bedoeling om me te troosten: “Vader Abraham heeft het vast al veel te druk met Wilma.”
Dat klonk redelijk.
“Ach” verzuchte m’n moeder, “er zijn natuurlijk ook zoveel goede zangeressen!”
Dat klonk al iets minder bemoedigend.
“Zingen is nu eenmaal niet voor iedereen weggelegd Lies, zet het nu maar uit je hoofd,  het  wordt toch niets met jou want je hebt net zo’n stem als ik!” en dat klonk bepaald niet als een compliment.
Met die laatste toevoeging, argeloos uitgesproken, waarschijnlijk niet eens met slechte intenties, kreeg mijn zangeressen aspiratie de genadeklap. Waarschijnlijk wilde m’n moeder me alleen maar behoeden voor te hoge verwachtingen en teleurstellingen, maar het kwam hard aan. Ik moest het maar vergeten, dat was duidelijk!
Inmiddels vermoed ik dat mijn brief Vader Abraham nooit bereikt heeft, maar ach, daardoor  heeft  mijn lieve moeder me misschien wel behoed voor een carrière in het smurfenkoor of ander gruwelijks van Nederlandse bodem. 


Mijn verlangen om zangeres te worden verdween naar de achtergrond en hoewel het als pijnpuntje met de jaren toch regelmatig terug kwam, werd het altijd weer keurig weggestopt door de, door faalangst gedreven, strenge innerlijke criticus, die zich inmiddels ook in mij ontwikkeld had. De appel valt nu eenmaal niet ver van de boom!
Daarbij kreeg ik werk als waarzegster in de entertainmentbranche waarbij mijn stem een redelijke oplawaai kreeg van het altijd boven de decibellen van de muziek uit orakelen.
Zingen kon ik nu echt vergeten!


Zoals ik als jong meisje niet kon vermoeden dat ik ooit nog eens met een muzikant in Frankrijk zou gaan wonen, zo kon ik het me destijds al helemaal niet voorstellen dat ik, als ik eenmaal oud was, op mijn vijftigste, met hulp van die vastberaden muzikant, toch nog als zangeres voor een publiek zou komen te staan.
Ook wist ik toen nog niet dat het eigenlijk geen verschil uitmaakt of je nu zeven, vijftien of vijftig bent.
Toch moest ik vijftig worden om te ontdekken dat een zangcarrière niet alleen afhangt van talent, of een mooie stem. Wat je vooral nodig hebt is doorzettings- en incasseringsvermogen! Vallen en weer opstaan.  Goed zingen bereik je door een mengeling van veel oefenen, je kwetsbaar op durven stellen, lef hebben en vooral van op je ‘bek’ durven te gaan.
En dat laatste is juist het geen waar ik, al die tijd en vandaag in het bijzonder, ondanks al m’n nieuwe inzichten, toch gewoon bang voor ben.

Maar deze keer is het anders, al vind ik het zelf. Nu is het niet alleen het risico nemen dat ik op m’n bek ga: onder deze lichamelijke omstandigheden kan ik er op wachten! Vandaag is echt niet de dag om in die jazzclub te gaan zingen en daar heb ik gewoon een goede reden voor!
Henk gaat maar alleen, dat was aanvankelijk toch ook gewoon de bedoeling?  
“Ik vind toch dat het geen goed idee is dat ik straks ga zingen,” zeg ik vastberaden tegen Henk die nog steeds met z'n hoofd in de krant zit. “Je weet dat ik eergisteren een enorm vermoeiende dag gehad heb. Het is niet niks hoor om vanuit Nederland hierheen te rijden en ‘en passant’ in Parijs nog een optreden te doen!"
Stilte aan de andere kant.
"Ik heb je van te voren toch gewaarschuwd?” m'n stem klinkt inmiddels jankerig.
“Lies je stelt je aan, dit zijn smoesjes! Komt Vader Abraham straks ook nog op de proppen?  Je durft gewoon niet, faalangst noemen ze dat!”
En daarmee is de kous af voor mijn Rotterdamse echtgenoot met z’n ‘niet lullen maar doen’ -mentaliteit.
Rond half vijf zitten we samen in de auto, richting Clermont-Ferrand. Bij ons hebben we: een contrabas, een versterker en de speciaal voor mij aangeschafte nieuwe microfoon…

1 opmerking:

  1. Harry Burg Gulickx31 december 2015 om 05:58

    Lies, ik ben zo benieuwd hoe het afgelopen is.... en natuurlijk hoop ik dat het heel erg goed ging! Laat je de afloop weten van je zang-avontuur?

    BeantwoordenVerwijderen